Op 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) in werking getreden. De wet geeft Rijk, provincies en gemeenten meer instrumenten om te sturen op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd. Voor wonen met zorg is dat belangrijk nieuws: de huisvesting van ouderen en kwetsbare groepen wordt voor het eerst een wettelijk verplicht onderdeel van het gemeentelijk woonbeleid.
Wat regelt de wet?
De Wvrv wijzigt onder meer de Omgevingswet, de Huisvestingswet 2014, de Woningwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De belangrijkste onderdelen:
- Verplicht volkshuisvestingsprogramma. Elke gemeente stelt een volkshuisvestingsprogramma op. Dit vervangt de oude woonvisie en is een vast instrument onder de Omgevingswet.
- Verplichte woonzorgvisie. Onderdeel van dat programma is een visie op wonen en zorg, die moet aansluiten op het Wmo-beleid van de gemeente.
- Regionale afspraken. Gemeenten maken binnen hun regio afspraken over de verdeling van de bouwopgave, sociale huur en de huisvesting van aandachtsgroepen.
- Eerlijke verdeling. Gemeenten moeten zorgen voor een evenwichtige spreiding van kwetsbare inwoners over de regio, de zogenoemde fair share-afspraken.
- Prestatieafspraken met zorg en welzijn. Naast woningcorporaties worden ook zorg- en welzijnsorganisaties betrokken bij de lokale prestatieafspraken.
De termijnen
De wet treedt gefaseerd in werking. Na 1 juli 2026 hebben gemeenten in een regio zes maanden om de betaalbare woningbouwprogrammering te verdelen. Het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma moet uiterlijk op 1 juli 2027 zijn vastgesteld. Voor de huisvestingsverordening, met daarin een urgentieregeling, geldt 1 januari 2028 als deadline. Veel gemeenten zijn dus nu volop bezig met het opstellen van hun programma.
Wie zijn de aandachtsgroepen?
De wet en de onderliggende regels wijzen groepen aan die extra aandacht krijgen bij de huisvesting. Denk aan ouderen, mensen die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang of een andere instelling, mensen met een beperking en dak- en thuislozen. Gemeenten moeten de woonbehoefte van deze groepen in beeld brengen en in hun programma laten zien hoe zij daarin voorzien. Voor ouderen gaat het daarbij niet alleen om zelfstandige woningen, maar ook om geclusterde woonvormen en woningen waar zorg kan worden geleverd.
Wat betekent dit voor zorgaanbieders?
Het volkshuisvestingsprogramma wordt het kader waarbinnen gemeenten de komende jaren keuzes maken over locaties en woonvormen. Zorgaanbieders die nu hun behoefte inbrengen, worden meegenomen in die keuzes. Concreet:
- Maak uw opgave zichtbaar. Breng in hoeveel cliënten u in een gemeente of regio wilt huisvesten, in welke woonvorm en op welke termijn.
- Sluit aan bij de woonzorgvisie. Laat zien hoe uw zorgconcept bijdraagt aan de doelen van de gemeente, bijvoorbeeld rond uitstroom uit instellingen of zo lang mogelijk thuis wonen.
- Denk mee over locaties. Gemeenten zoeken naar haalbare oplossingen. Bestaand vastgoed dat kan worden getransformeerd, is vaak sneller beschikbaar dan nieuwbouw.
En voor gemeenten?
Voor gemeenten ligt de uitdaging in de uitvoering. Een visie op papier levert nog geen plekken op. Leegstaande maatschappelijke gebouwen, kantoren en grote woonhuizen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de woonzorgopgave, zeker voor kleinschalige woonvormen. Het helpt als het omgevingsplan en het vergunningbeleid zo zijn ingericht dat passende zorgconcepten ook daadwerkelijk kunnen landen. Het Expertteam Huisvesting Aandachtsgroepen van RVO is per 1 juli 2026 gestopt; gemeenten kunnen voor ondersteuning terecht bij het Expertteam Woningbouw.
Hoe Plekvoorzorg helpt
Plekvoorzorg verbindt zorgaanbieders met vastgoed en ontwikkelt locaties turn-key, van aankoop en vergunning tot oplevering. Voor gemeenten betekent dit een partner die leegstaand vastgoed omzet in passende woonzorgplekken, in lijn met de eigen woonzorgvisie. Wilt u verkennen wat er in uw gemeente mogelijk is? Neem contact met ons op.





